Theo Bakker
Stadsdichter van Harderwijk (2013-2016)
Press Baker Theo Bakker Gedichten Column Contact

DE AFRIKAAN

Hij beent met zware passen door de Smeepoortstraat

gordijntjes achter kleine ramen kieren even open

en sluiten dan weer snel, men ziet hem vol verbazing lopen

een vreemd gezicht hier in de stad, zo'n grote donkere soldaat


De heerser van Ashantie, wees hem 'vrijwillig' aan

om voor een vreemde koning te gaan vechten

om dan in Indië een ander volk te knechten

nu zit zijn dienstverband erop en laat men hem weer gaan


Jarenlang vocht hij in Atjeh, hij werd een echte overlever

was een trouwe strijdmakker en kameraad

een wapenbroeder in de strijd tegen het vermeende kwaad

en vond zijn troost in Hollandse genever


Nu gaat hij terug naar Elmina, het fort bij zijn geboortestreek

waar hij zijn vorst, zijn vrouw en kinderen

ooit achterliet, of hij ze terug zal vinden

er is op heel de wereld niemand die dat weet


Het zeeschip maakt zich reeds reisvaardig op de ree

het lage land wordt weldra achter zich gelaten

en hij gaat straks aan boord met al z'n Afrikaanse maten

nog even en dit schip kiest zee


Het schip ploegt voort en Goudkust komt in zicht

het duurt niet lang meer of er komen andere tijden

er is een eind gekomen aan zijn strijden

nu wacht een oude dag in' t warme Afrikaanse licht



Na het verbod op de slavernij was er in de handelspost Elmina in Goudkust/ Ghana minder te doen. Nederland besloot Afrikaanse soldaten te werven voor het KNIL. Deze Afrikaanse beroepssoldaten moesten na afloop van hun dienstperiode in Nederlands-Indië via Harderwijk terug naar Goudkust. Dit om hun pensioenaanspraken te kunnen verzilveren. De Afrikaan wijst naar deze periode.